UW SELECTIE: | | | Aantal reisorganisaties in uw selectie: 1

Indotracks | Avontuurlijke reizen op maat door Indonesie

Indotracks is gespecialiseerd in avontuurlijke reizen op maat naar IndonesiŽ. Al jaren brengen wij veel tijd door in IndonesiŽ, waardoor we de beste plekjes kennen en de juiste reis kunnen samenstellen voor onze gasten. Fietsen, snorkelen, trektochten, treinreizen, natuurparken, boottochten, een auto met chauffeur, een cursus volgen, reizen met kinderen: wij kunnen het allemaal voor u organiseren.
bedrijf Indotracks
adres Generaal Winkelmanstraat 120
plaats 3769 EH Soesterberg
kvk 59194618
lid VvKR 16018
reisgarantieGGTO

Onze thema's


Cultuurreizen

Fietsreizen

Natuur reizen

Rondreizen

Treinreizen



Onze soort reizen


individuele reizen



Onze bestemmingen


IndonesiŽ

Over Indotracks....wat we zoal doen


Indotracks: wie zijn wij?

Indotracks_foto1

In 2013 besloten wij, Nettert Smit en Emile Leushuis, om gezamenlijk Indotracks op te richten: een internetreisbureau, gespecialiseerd in reizen op maat naar Indonesië. Gezien onze jarenlange ervaring in Indonesië (bij elkaar meer dan 30 jaar) en ons uitgebreide, persoonlijke netwerk in de toeristische sector van het land, vonden wij de tijd rijp om onze krachten te bundelen en een nieuw, modern en uitdagend reisbureau te starten.

Indotracks heeft als doel programma’s aan te bieden die een echte meerwaarde zijn voor jouw reis door Indonesië. Wij geven je zo veel mogelijk de ruimte om zelf een reis in te vullen en indien gewenst ook deels zelf te boeken. Maar natuurlijk kun je ons bij alles inschakelen. Wat dat betreft is alles mogelijk. Indotracks werkt direct samen met lokale agentschappen, die wij persoonlijk al jaren kennen. De lijntjes zijn daardoor kort en er wordt veel persoonlijke aandacht besteed aan de invulling en uitvoering van de programma’s.

Indotracks is een echt internetreisbureau: alle communicatie en het boeken van een reis gaan geheel via het internet. Hierdoor houden wij onze overhead laag en kunnen wij scherpe prijzen bieden. Daarnaast verblijven wij allebei delen van het jaar in Indonesië, om zoveel mogelijk op de hoogte te blijven van veranderende lokale omstandigheden en om het contact met onze lokale agentschappen te blijven onderhouden.

 

Emile Leushuis vertrok in 1991 na zijn studie sociale geografie direct naar Indonesië, om hier als reisleider voor een Nederlandse reisorganisatie te gaan werken. Sindsdien heeft hij voor meerdere reisorganisaties gewerkt, zowel als reisbegeleider (in Indonesië en omliggende Aziatische landen) als op kantoor (het bedenken en samenstellen van individuele reizen naar Indonesië). Al die jaren heeft hij lange periodes in Indonesië doorgebracht, waardoor hij het land, de taal, de cultuur en de mensen bijzonder goed kent.

Zijn persoonlijke interesse gaat uit naar het (koloniale) stedelijk erfgoed in Indonesië en hierover publiceert hij regelmatig en geeft hij lezingen. In 2011 publiceerde hij de Gids historische stadswandelingen Indonesië, waarin uitgebreide wandelroutes staan beschreven in verschillende Indonesische steden.

 

Nettert Smit ging, na een aantal jaren werken bij de Publieke Omroep, in 1999 bepakt met een rugzak op pad voor een lange reis. Na omzwervingen door verschillende Aziatische landen kwam hij na ruim een jaar in Indonesië. En daar wilde hij niet meer weg. Vanaf 2001 is hij dan ook voor lange periodes werkzaam geweest als reisbegeleider in dat land. Naast Indonesië heeft hij ondertussen ook veel werkervaring opgedaan in andere Aziatische landen en in het Midden Oosten. De journalistiek is op de achtegrond geraakt, maar af en toe maakt hij nog bijdragen voor de Publieke Radio als free-lance journalist. Tegenwoordig verblijft hij nog steeds grote delen van het jaar in Indonesië.

 

Wat ons beiden heeft gegrepen in Indonesië is de authentieke cultuur, de enorme verscheidenheid aan volkeren en de indrukwekkende natuur. Ieder eiland en iedere streek van Indonesië onderscheidt zich van de ander en je bent dan ook nooit uitgereisd in dit uitgestrekte land. Via Indotracks willen wij graag onze fascinatie met het land doorgeven aan onze reizigers. Durf jij het avontuur aan?

>> meer informatie vindt u op: www.indotracks.nl

Bezoek aan de Ijen-vulkaan in Oost-Java

Indotracks_foto2

Dikke rookpluimen die onder luid gesis opstijgen uit scheuren in de kraterwand, silhouetten in de rook, van mannen die zwavelbrokken aan het verzamelen zijn, en een geur van rotte eieren die mijn ogen, neus en keel prikkelt: Ik weet dat ik in de krater van de Ijen-vulkaan in Oost-Java sta, maar het zou zo maar de set van een Hollywood science fiction film kunnen zijn. 

 

Vanaf Pal Tuding, op 1850 meter hoogte, begin ik deze ochtend om 5 uur aan de klim naar de kraterrand van de Ijen-vulkaan. Een zaklamp blijkt niet nodig; de maan geeft voldoende licht en het pad is breed en zonder veel oneffenheden. Al snel wordt ik aangesproken door een zwaveldrager die met mij oploopt. Op zijn schouder draagt hij een stok met lege manden aan beide uiteinden; zo begint hij zijn werkdag. 

“Pak Agus”, stelt hij zich voor. Een tengere man van 45 jaar, met een brede grijns en een even zo brede snor. Als hij ontdekt dat ik Indonesisch spreek begint hij mij het hemd van mijn lijf te vragen. 

 

Terwijl wij omhoog lopen wordt het langzaam licht. Vogels roeren zich en al snel zijn er prachtige vergezichten over de oostkust van Java, over verschillende vulkanen in het zuiden en, iets meer naar het westen, over de hoogvlakte rond Sempol, waar uitgestrekte koffie-plantages liggen. Het pad slingert zich rond de flanken van de Ijen-vulkaan die recht voor ons opdoemt. Na iedere bocht lijkt het uitzicht nog indrukwekkender. 

 

Al twintig jaar is pak Agus zwaveldrager op de Ijen-vulkaan, vertelt hij mij. 

“Het is zwaar werk, maar verdient redelijk. Genoeg om vrouw en kinderen te onderhouden.” 

Dagelijks loopt hij twee keer op en neer. Omhoog doet hij dat op z’n gemak, met een sigaret onafscheidelijk tussen zijn vingers. Naar beneden is het zwaarder, met de last van zwavelstenen op zijn schouder. Terwijl wij rustig omhoog lopen en ik veel foto’s van de omgeving maak, komen enkele van zijn collega’s in snelwandelpas met volle manden naar beneden stormen. Een indrukwekkend schouwspel waar je vol ontzag een stap voor opzij doet.

 

Hoe dichter we bij de kraterrand komen, hoe steiler het pad. Na anderhalf uur en meer dan 3 kilometer wandelen werp ik van 2300 meter hoogte eindelijk een eerste blik in de krater. Rookwolken belemmeren het zicht, maar plotsklaps breekt het open en wordt het lichtgroene kratermeer in zijn geheel zichtbaar. Aan de rand van het meer stijgen rookpluimen op uit gaten in de kraterwand. De pluimen krullen en draaien in het rond en lijken te dansen op de grillen van de wind. 

“Kom mee naar beneden”, nodigt pak Agus mij uit. “Dan kun je zien waar de zwavel gevonden wordt.”

We beginnen aan de afdaling, precies onder een bord met een waarschuwing voor bezoekers om vooral niet naar beneden te gaan. Het smalle pad zigzagt naar beneden en is bezaaid met losliggende stenen. Nu begrijp ik de waarschuwing. Dertig minuten later en 150 meter lager sta ik met trillende benen aan de rand van het meer. 

 

Pak Agus verdwijnt meteen in de rookpluimen, die met veel gesis uit de kraterbodem opstijgen. Als de wind de rook in mijn richting blaast ruik ik de penetrante zwavellucht en voel ik het prikken in mijn ogen. Snel knoop ik een doek voor mijn gezicht om het ergste tegen te houden. Silhouetten van mannen bewegen zich door de rook. Ze verzamelen brokken diepgele zwavel, die rond de rookgaten in de kraterbodem zijn ontstaan. ‘s Nachts schijn je hier het bijzondere ‘blue fire’ te kunnen zien: zwavelgas dat onder grote druk en bij hoge temperaturen met zuurstof in aanraking komt, waardoor een blauw schijnsel ontstaat. In het donker naar beneden over dit pad lijkt mij echter helemaal risicovol. 

 

Na een tijdje komt pak Agus uit de rook te voorschijn. Nu pas zie ik dat hij geen berschermende mondkap draagt. Zou je immuun kunnen worden voor deze penetrante zwavellucht? Op zijn schouder rust de stok met manden, tot de rand toe vol met brokken zwavel. Zonder mij aan te kijken begint hij aan de steile klim de krater uit. Snel loop ik achter hem aan, want zwaveldampen slaan juist weer op mij neer en veel langer wil ik hier niet blijven.

 

Na 10 minuten klimmen zet pak Agus zijn last voor het eerst neer.

“80 of 90 kilo weegt het”, vertelt hij nadat hij op adem is gekomen. Dat betekent een volwassen man op je rug omhoog sjouwen. Wij deden dat ooit als krachttraining in de duinen: met iemand op je rug 50 meter omhoog sprinten. Maar deze klim is 800 meter lang, met een hoogteverschil van 150 meter. Het plaatst sport als vrijetijdsbesteding weer in een heel ander daglicht. Nog twee maal zet pak Agus zijn last op de grond tijdens de beklimming naar de kraterrand. Als we eenmaal boven zijn begint hij meteen aan de lange afdaling, terwijl ik eerst nog foto’s ga maken van de omgeving. 

 

Een uur later kom ik hem weer tegen bij de post waar de zwavelbrokken worden gewogen.

“Wij krijgen 925 roepiah per kilo (ca. 6,5 eurocent)”, legt hij uit.

“Dat is ongeveer 5 à 6 euro per keer lopen, zo’n 10 euro per dag”, reken ik hardop uit. 

Met dit bedrag in mijn achterhoofd en vol bewondering voor de zware lichamelijke arbeid die deze mannen dagelijks verrichten onder gevaarlijke en ongezonde omstandigheden, wandel ik de berg af naar het eindpunt, waar een jeep op mij staat te wachten.

>> meer informatie vindt u op: www.indotracks.nl

Per trein reizen door Indonesie

Indotracks_foto3

In dit land van jam karet (letterlijk: rubberen tijd), waar altijd alles te laat begint en te vroeg eindigt, is het bijna schokkend wanneer iets daadwerkelijk op een vastgesteld tijdstip aanvangt. Deze gedachte flitst door mijn hoofd op het moment dat de Lodaya-trein klokslag 7 uur in beweging komt en hortend en stotend het hoofdstation van Bandung verlaat. Op naar Yogyakarta, zo’n 400 kilometer naar het oosten en ruim 8,5 uur treinen volgens het virtuele spoorboekje. 

 

Het is een spoorlijn uit tempo doeloe, de tijd van vroeger, in 1894 voor het eerst operationeel. Het station van Bandung bestaat zelfs al sinds 1884, maar van de oorspronkelijke constructie is niet veel meer over zag ik deze ochtend. Op het pleintje aan de zuidzijde, de voormalige hoofdingang, staat als herinnering nog wel een stoomlocomotief. Het huidige station is opvallend schoon en geruimd; geen rondlopende verkopers of illegale stalletjes, maar gelukkig nog wel kioskjes waar je een flesje water en een krantje kunt kopen. 

Ik heb me geïnstalleerd in een comfortabele vliegtuigstoel in de executive klasse, heb mijn laptop in het stopcontact (!) geplugt en zit aan de koffie die ik zojuist bestelde bij de passerende serveerster. Ik ben er klaar voor!

 

De route bestaat uit twee delen: een bergroute van Bandung tot Banjar en een relatief vlak stuk van Banjar tot aan Yogya. Bandung tot Banjar is misschien wel de mooiste treinverbinding op Java en de aanleg was een waar hurazenstuk. Het is namelijk een bergroute die van 709 meter afdaalt naar 35 meter hoogte, waar je tegenwoordig 3,5 uur over doet. Verschillende diepe ravijnen en bergruggen moesten worden gepasseerd, waarvoor indrukwekkende spoorbruggen en tunnels nodig waren. Historisch gezien is het ook een belangrijke route. Het verbond Bandung met de diepzeehaven van Cilacap aan de zuidkust, waarmee de stad een strategische positie verwierf en geschikt werd als hoofdkwartier van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) en de plek waar een groot deel van de goudvoorraad werd bewaard. 

 

Hoewel Bandung een miljoenenstad is, zijn we verrassend snel de bebouwde kom uit en schuiven we door een landschap van vlakke rijstvelden. De stad ligt midden in een hoogvlakte die door bergen en vulkanen wordt omringd. De route gaat in zuidoostelijke richting naar de rand van deze hoogvlakte, om daarna naar de zuidkust af te dalen. De airco in mijn de coupé staat redelijk koud en ik ben blij dat ik een lange broek aan heb. Het gezin naast mij vindt het blijkbaar zo fris dat de kleinste een jasje met capuchon aankrijgt. 

 

Als we eenmaal gaan dalen word ik getrakteerd op prachtige vergezichten. Er is nagenoeg geen bebouwing langs het spoor. De trein slingert door het berglandschap, soms tussen hoge taluds en dan is er ineens weer een vrije blik op rijstveldterrassen, verspreide dessa’s en vulkanen in de verte. Hoog op de berghellingen zie ik theeplantages. Dit is het gebied waar Hella Haasse’s Heren van de thee is gesitueerd.

 

Omdat het een enkel spoor betreft wordt er af en toe gestopt op een emplacement in ‘the middle of nowhere’, zodat een tegemoedkomende trein kan passeren. De eerste echte stop is het station van Tasik Malaya. Na deze stad volgen er enkele indrukwekkende spoorbruggen over diepe ravijnen. Het is een raar gevoel om over zo’n hoge brug zonder railingen te rijden, waarbij het treinstel breder lijkt dan het spoor, met in de diepte een snelstromende, bruine rivier. Een fikse afdaling brengt ons op het station van Banjar. Een groep westerse toeristen stapt uit, omdat de strandplaats Pangandaran slechts 2 uur rijden hier vandaan is.

 

Nu volgt het tweede, relatief vlakke deel van de route vandaag, die min of meer de kustlijn naar het oosten volgt. Een goed moment om een lunch van de menukaart te bestellen. Even later wordt een nasi goreng keurig in plastic verpakt bij mijn stoel afgeleverd. 

We passeren enkele tunnels en het landschap wordt eentoniger: vlakke rijstvelden aan beide zijden van het spoor en landinwaarts heuvelruggen en een enkele vulkaan. Af en toe dommel ik zelfs in slaap. Ook op het station van Kutoarjo stappen enkele westerse toeristen uit. Aan de andere kant van de bergen, ongeveer een uur rijden, ligt namelijk de Borobudur-tempel. Yogyakarta is nu dichtbij. 

 

Via een lange spoorbrug passeren we de brede Progo-rivier en even later schuift de trein het historische station van Yogyakarta binnen. Nog voordat de trein gestopt is springen er al porters aan boord, die tegen een kleine vergoeding de baggage willen dragen. Mijn lichte tas op wieltjes kan ik echter zelf wel aan. Vol energie stap ik uit de trein. Via de intercom vang ik nog op dat de conducteur zijn verontschuldigingen aanbiedt voor de vertraagde aankomst van 30 minuten. Een kniesoor die daarover valt.

>> meer informatie vindt u op: www.indotracks.nl